Tijdens haar studie zang, muziek en drama aan het Rotterdams Conservatorium en aan het Haags Koninklijk Conservatorium, speelt Liesbeth veel met haar eigen jazz-trio. Zo zingt ze in hotels, theaters en café’s in Nederland, België en Duitsland. Dit was haar praktische opleiding in het zingen en uitvoeren van de oude jazz-standards.

In het laatste jaar van haar studie richt ze een jazz-quintet op waarmee ze nieuw geschreven repertoire van haar toenmalige Oostenrijkse pianist Tonc Feinig uitvoeren. Liesbeth schrijft de teksten op zijn composities. Zo ontwikkelen zij hun eigen stijl en worden ze uitgenodigd deel te nemen aan het Dutch Jazz Competition 2001, waar ze een geslaagd optreden geven.
Liesbeth maakt graag studio-opnamen van nieuw geschreven of onbekend materiaal en ontwikkelt haar eigen stijl die een mix is tussen modern, klassieke muziek, de oude jazz-standards en eenvoudige ‘poppy’ liedjes.
Ze heeft een warme en heldere stem en houdt ervan om soms ‘gekke noten’ te zingen (buiten de toonladders). Soms wordt ze gevraagd om met andere bands mee te zingen zoals het Amsterdam Hilton Orkest en de Duitse band Lex Eazy and the Mambo Club.
Met haar L K Q is Liesbeth altijd zoekende naar nieuw repertoire en is niet bang om nieuwe richtingen in te slaan; de laatste tijd experimenteert ze op de liedjes met haar oude instrument: de viool.

Liesbeth groeit op in het noorden van Nederland tussen de nuchtere maar vriendelijke Friezen. Haar ouders zijn beide professionele klassieke musici; Liesbeth gaat graag mee naar hun concerten en ontwikkelt zo een verfijnd oor voor muziek. Ze begint met zingen in het kerkkoor en op school heeft ze een hoofdrol in een musical, wat een enorme indruk maakt. Ze speelt ook viool en toert met een jeugdorkest door Nederland, Spanje en Oost-Europa.
Na de middelbare school studeert Liesbeth op een kunstacademie film en video en ook doet ze een sociale opleiding, maar haar hart zorgde ervoor dat ze uiteindelijk naar het Conservatorium gaat.